“Ik ben echt heel eigenwijs. Ik wilde zelfs niet doodgaan.” Na een lange reanimatie, en wekenlang verblijf op de IC kwam Jeanne erachter dat ze echt bijna niets meer kon. Dat is nu vier jaar geleden. “Johan is ook mijn mantelzorger. Hij duwt de rolstoel en ik geef aanwijzingen. Hij is mijn buitenboordmotor.” Met dank aan een vreemde opmerking van de huisarts, ging Jeanne toch weer dingen uitproberen. “Ik had al die tijd niets van de huisarts gehoord. Ik belde op om te vragen of ze een keer op huisbezoek kon komen. Ze vroeg hoe het met mij ging, en ik antwoordde: “voor een dooie best wel goed.” De huisarts was niet onder de indruk, noemde mijn hartstilstand van 50 minuten een “hartfladdertje.” Jeanne dacht toen dat het misschien toch wel meeviel. “Misschien is het toch niets, misschien moet ik laten zien dat het inderdaad maar een hartfladdertje was. Toen dacht ik: toch eens proberen zelf naar de wc te gaan.” Na veel oefenen kon Jeanne weer een beetje uit de voeten. Zelf naar de wc, en langzaam naar boven. “Toen het ziekenhuisbed weer uit de woonkamer weg kon voelde ik me weer thuis.” Op een dag kreeg Jeanne een griepje. “Mijn man kookte, maar dat ging helemaal niet. De bloemkool was aan alle kanten verbrand. Hij had het niet in de gaten. Toen werd ik ongerust. Inmiddels is zijn geheugenn helemaal weg. Hij kan wel dingen, met aanwijzingen.”
“Eigenlijk hebben we geluk. Mijn schoonouders hadden dementie en Alzheimer. Ik heb vijf jaar voor ze gezorgd. Ik herkende het en mijn man ook. We wisten eigenlijk al dat dit zou komen, en hebben samen hele goede afspraken gemaakt. Vrede, vrolijkheid en vriendschap, dat is onze afspraak. Daar houden we ons nog steeds aan vast. Ik luister gewoon als hij 10 keer hetzelfde vertelt. Het lukt niet altijd natuurlijk. Maar we zijn altijd open en eerlijk geweest naar elkaar, ook met de moeilijke dingen. Van begin af aan zijn we ons leven aan gaan passen. Ik kook, hij ruimt af, altijd op dezelfde manier zodat hij het nu nog kan. Wat hij niet meer weet legt hij op de kast, en dan ruim ik het op. Daar wordt niet over gesproken.”
Jeanne ging op jacht naar informatie om te onderzoeken wat de symptomen kan verminderen. “Hij gebruikt nu bijvoorbeeld creatine en andere (sport) supplementen. Dat werkt goed bij hem hij is veel rustiger geworden en lijkt dingen beter te onthouden. Voor zijn verjaardag kocht ik een boksbal, om zijn energie op kwijt te kunnen. Mijn schoonvader werd agressief toen hij ziek was, en Johan werd ook opstandig. Maar dat is nu over. We hebben ook altijd de instelling “het is wat het is.”
Na mijn hartstilstand, leef ik in geleende tijd. Het is zo’n godsgeschenk dat ik er nog ben. We hebben zo’n geluk. Nu alleen de staatsloterij nog winnen.
Ik heb weinig contacten in Oosterhout. Mijn man werd meer afhankelijk van mij, maar ik kan zelf ook heel weinig. Ik vind het moeilijk dingen alleen te beslissen dus dat stel ik uit. De casemanager vertelde ik dat ik niet zo veel mensen ken. Ik had behoefte aan contact met andere mantelzorgers. Zo kwam ik bij Surplus terecht en leerde ik Asmara kennen. Beter kon ik het niet treffen. Ze is zó te vertrouwen dat ik alles met haar kan bespreken, ook dingen die privé zijn. Zo kan ik af en toe mijn gal spuwen, delen waar ik tegenaan loop. Dat is heel fijnSoms vergeet Johan dat ik ziek ben, dan moet ik daar wel tegenin gaan. Ik kan ook niet alles met mijn dochter delen, want die maakt zich dan zo’n zorgen. Het gaat nu best heel goed met ons, maar dit zal ook erger worden. Dan vertrouw ik echt wel op de hulpverleners. Ook op de casemanager. Petje af hoor!
Sinds ik weer “wakker” ben heb ik alleen maar fijne dagen. Als het zonnetje schijnt rommel ik wat buiten in de tuin. Slecht weer? Heerlijk Netflixen! We zijn niet mopperig van aard. Johan werkt nog steeds bij de Kringloop. Zolang als het gaat. Oude rommel knalt hij met kracht in de container. Zo kan hij goed zijn energie kwijt. Ze houden daar veel rekening met hem. Hij kan mee met het leegruimen van huizen. Anderen regelen dingen en hij is er bij. Hij voelt zich nuttig. Vroeger was hij uitvoerder in de bouw. Wat zijn ogen zien, konden zijn handen maken. Sinds hij ziek is, legt hij alles recht in de kast. Er zitten dus ook voordelen aan! We vinden elkaar niet zielig. Het is wat het is.
Ik heb altijd een positieve instelling gehad. Ik heb heel wat meegemaakt, maar ik weet dat ik hier ook mee om kan gaan. Sinds ik “wakker” ben, ben ik sterker geworden. Ik mag er zijn.”